Aangepast zoeken

 

Prepositional object

Gap-fill exercise

Which word(s) is (are) the prepositional object of the sentence? If you think the sentence does not contain an prepositional object, fill in: none.
Fill in the predicate (Verbal or nominal predicate)
Fill in all the gaps, then press "Check" to check your answers.

1. Volgens de Citotoest is hij geschikt voor het atheneum.
prepositional object =
predicate =
2. Ik ben erg nieuwsgierig naar de uitslag.
prepositional object=
predicate =
3. Ik zal de volgende les trakteren op een ijsje.
prepositional object=
predicate =
4. We gaan een begin maken met de werkzaamheden.
prepositional object=
predicate =
5. De schippers werden gewaarschuwd voor de lage waterstand.
prepositional object=
predicate =
6. Ik reken dat wel even op mijn rekenmachine uit.
prepositional object =
predicate =
7.Ik reken dit keer wel op hem.
prepositional object=
predicate =
8. Hij speelt nog graag met Lego.
prepositional object=
predicate =
9. Hij is klaar voor de wedstrijd van vanavond.
prepositional object= .
predicate =
10. Zij zijn dol op skaten.
prepositional object=
predicate =