What is the finite form in the sentences?
Door de storm waaiden de pannen van het dak.
Ik sloeg de spijker op de kop.
Na de voorstelling bleven we nog even hangen.
September was dit jaar erg nat.
De leraar heeft het proefwerk nagekeken.
Hij zou dat wel even doen.
Ajax kan de volgende ronde nog halen.
Wennemars vergiste zich dit keer niet.
Zou jij dat even voor mij willen doen?
De opkomst viel erg mee.
De demonstratie was een groot succes.
De kunstijsbaan in Breda gaat om 10 uur open.
Joop zal hem wel halen.
Morgen zullen we hem kopen.
Het schrijven van een verhalend opstel vinden veel leerlingen niet makkelijk.